Leerlingen en leerkrachten kunnen kiezen om de kant en klare designathon te doen of ze kunnen onderdelen en thema's kiezen om hun eigen designathon te ontwerpen. Dit hangt af van de beschikbare tijd en wat je wilt leren. Op deze manier kun je je eigen leerervaring creëren.
Alle projecten volgen onze ontwerpend leren cyclus:

1. INSPIREER

De doelen van het inspireren zijn dat leerlingen:

  • Geïnspireerd en geïnformeerd worden over de variëteit en diversiteit van problemen en oplossingen
  • Het thema in worden getrokken, en ze aan het denken en bevragen worden gezet
  • Een filosofische discussie kunnen starten en voeren.

Designathon School streeft ernaar om real world thema's te behandelen. Dit stimuleert kinderen om de wereld te verbeteren.
Een aantal thema's waar wij graag aan werken zijn: afval, mobiliteit, voedsel, kringloopstad en water.

Iedere thema wordt geïntroduceerd aan de hand van de thema slide-show en het thema-informatieblad met suggesties en meer informatie over de voorbeelden in de slide-show.

2. ONDERZOEK

De doelen van het onderzoeken zijn dat leerlingen:

  • Het thema verkennen vanuit hun eigen perspectief
  • Het thema verkleinen tot een afgebakend vraagstuk waarvoor ze oplossingen willen bedenken
  • Meer leren over de context van het thema aan de hand van nieuwe feiten en informatie
  • Meer leren over bestaande uitvindingen en gebruikte technologieën op het themagebied.

Afhankelijk van de beschikbare tijd zal de leerkracht adviseren hoe diep het onderzoek kan gaan.
Met onze onderzoek-werkbladen kunnen kinderen alleen of in tweetallen werken.

 

3. BEDENK

De doelen van het bedenken van ideeën zijn dat leerlingen:

  • Hun creatief denken oefenen
  • Komen tot een idee dat of uitvinding die bijdraagt aan de oplossing voor het probleem
  • Leren dat creativiteit een proces is dat je kunt oefenen.

Kinderen kijken naar een probleem vanuit hun eigen kennis van de situatie en werken stap voor stap aan het bedenken van een oplossing.
Met onze idee-werkbladen kunnen kinderen alleen of in tweetallen werken. Het werkblad is speels ontworpen met vragen die de kinderen aanzetten om een probleem te selecteren en daar oplossingen voor te bedenken.

 

4. SCHETS

De doelen van het schetsen van ideeën zijn dat leerlingen:

  • Hun ideeën leren communiceren
  • Een geannoteerde schets (bouwtekening) en modellen leren maken.

Door hun ideeën te schetsen leren de kinderen hun ideeën communiceren en een geannoteerde schets (bouwtekening) en modellen maken.
Met onze schets-werkbladen kunnen kinderen hun ideeën visualiseren en uitwerken.

 

5. MAAK

De doelen van het maak-proces zijn dat leerlingen:

  • Leren hoe ze hun ideeën kunnen vormgeven
  • Diverse (elektronische) technieken, materialen en gereedschappen verkennen en gebruiken
  • Diverse constructies leren maken.

Het maken is de meest tijdsintensieve stap in de cyclus waar de kinderen bovendien enorm van genieten. Maar het maken kan de leerlingen ook fiks tegenvallen, bijvoorbeeld wanneer een bepaalde constructie niet wil lukken of een bepaald materiaal niet ‘meewerkt’. Hier komt veel creativiteit en doorzettingsvermogen bij kijken. Het is aan de leerkracht om het kind te helpen door opties te suggereren en het kind aan te moedigen om te blijven proberen.
Onze maak-tips bladen helpen je om kinderen stapsgewijs te begeleiden in het maakproces.

 

6. PRESENTEER

De doelen van het presenteren van de uitvindingen zijn dat leerlingen:

  • Vertellen over hun werk en het proces
  • Feedback krijgen
  • Specifieke feedback aan andere leerlingen geven
  • Goede vragen stellen aan andere leerlingen over hun presentatie.

Dit is het moment waarop de kinderen trots hun uitvinding aan de rest van de klas kunnen laten zien! Door hun uitvinding te presenteren leren kinderen vertellen over hun werk en het proces, en leren ze feedback krijgen. De kinderen die luisteren naar een presentatie leren specifieke feedback aan klasgenoten geven en leren goede vragen stellen aan klasgenoten.
Onze presentatie-richtlijnen helpen je om om kinderen te begeleiden tijdens het presenteren.

 

REFLECTEER:

Het doel van reflectiemomenten is dat leerlingen:

  • Hun reflectieve (metacognitieve) vaardigheden ontwikkelen
  • Nadenken over hoe het proces ging en wat zij ervan geleerd hebben
  • Vragen stellen als: Wat ging er goed? Wat ging er niet goed? Wat hebben we geleerd? Waarom willen we het leren?

De ontwikkeling van leerlingen is een proces van voortdurende groei. In deze continue stap in de cyclus discussiëren de kinderen over wat ze geleerd hebben. Tijdens deze reflectiemomenten ontwikkelen de leerlingen hun reflectieve vaardigheden en leren ze nadenken over het proces en de leerpunten. Ook leren ze vragen stellen om op het proces te reflecteren.